Politie maakt indruk op kinderen bij feest

Politie maakt indruk op kinderen bij feest

Rond uitaansgelegenheden is het vaak hommeles. Oorzaak: drank. Vanavond, 27 juni, zal dat anders zijn, voorspelt Rolf Bos, brigadier van de politie Rotterdam-Rijnmond. Want vanavond is er een schoolfeest in discotheek Outland. Alle 550 feestgangers moeten blazen bij de ingang.

Tussen acht en negen uur druppelen de eerste scholieren binnen. Het haar strak in model, elkaar zorgvuldig en onzeker opnemend. Wie heeft het diepste décolleté? Wie draagt het brutaalste shirt? Je ziet ze denken: ‘Had ik niet beter toch die andere broek aan kunnen trekken?’ In groepjes klitten ze samen achter de borden met opschrift ‘Alcoholcontrole’. Onderaan de trap naar de ingang zal de politie ze welkom heten en dat moment stellen ze even uit. “Ze zijn wel onder de indruk hoor”, zo verklaart Belinda Philips hun gedrag. Zelf heeft ze juist haar zoon van dertien bij de ingang afgezet. “Ik vind het goed van de politie om samen met de school een controle te houden. Heel goed. Laat de kinderen maar vroeg weten dat alcohol een ernstige zaak is.”

Blaaspijpje
Het blazen van een ‘P’, wat betekent dat er geen alcohol is gemeten, gaat goed. Alle kinderen mogen naar binnen. Vaak overigens pas nadat politiemensen vriendelijk en geduldig hebben uitgelegd dat de mond niet op afstand, maar tegen het blaaspijpje aan moet worden gehouden. Of dat de test alleen werkt als je uitademt. Tussen de bedrijven door knopen de agenten gesprekjes aan met diverse ‘brengouders’. Een enkeling is kritisch. “Waar is dat allemaal voor nodig, dat vertoon van zoveel politie?”, vraagt een vader van een naar eigen zeggen grasgroene brugklasser. De politie neemt er de tijd voor. Tenslotte is het doel van de actie vooral bewustwording. Ook van de ouders.

Rolf Bos: “Wij treffen elk weekend kinderen aan van een jaar of zestien, zeventien, soms ook jonger. Laveloos liggen ze in de berm. Soms zowat in ondergoed. Wij bellen hun ouders die hen op mogen halen. Die weten vaak van niets.” Bos legt de trucs uit die de kinderen uithalen om zichzelf lam te drinken zonder dat het opvalt. “Ze blijven soms tot de volgende ochtend op straat, zodat de alcohol uit het bloed is tegen de tijd dat ze hun ouders weer zien. Die krijgen dan op de mouw gespeld dat kindlief bij een vriendje heeft gelogeerd.”

Verslavingszorg
Bovenaan de trap is er nog een cordon van volwassenen. Brede mannen in zwarte pakken. Garderobepersoneel. Een vrijwilliger van Bouman GGZ (verslavingszorg) die onderzoek doet naar drankgebruik onder jongeren. En natuurlijk heel wat docenten. Sommigen breken de spanning met grapjes: “Nou, Lisa, was de blaastest goed? Dat jij nog niets gedronken hebt, dat hadden we echt niet gedacht hoor!”

Jointje
Een groepje van drie gefrustreerde zestienplussers staat om de hoek. Een van hen is de toegang geweigerd vanwege een joint. Ze overwegen het feest te laten zitten. “Die actie gaat helemaal nergens over”, zeggen ze. “Met een jointje in je borstzak mag je niet naar binnen. Met een t-shirt met opdruk ‘Fuck you very much’ wel. Thuis gratis indrinken, mag niet. Eenmaal in de disco jezelf vol laten lopen en daarvoor goed betalen, mag wel.”

Zorgen
Amber van Leeuwen (18) staat achter de bar. Sinds een paar jaar werkt ze in de horeca en ze maakt zich, net als de politie, grote zorgen. Ze ziet dat kinderen steeds eerder gaan drinken en steeds meer. Op drukke avonden kan ze het niet voorkomen dat jongeren drankjes halen voor kinderen die nog geen zestien zijn. En als het erg druk is, geeft ze toe, ziet ze ook niet altijd meer of iemand dertien of achttien jaar is. Vanavond is het allemaal overzichtelijk. Degenen met een polsbandje zijn zestien jaar of ouder en mogen bestellen, anderen niet. En wie voor zijn vrienden wil bestellen, moet hen ook meenemen naar de bar. Met de actie van vanavond is ze het eens. “Beter blazen bij de ingang dan het ziekenhuis in.”

Overlast
Wijkteamchef Caroline de Lange wil onderzoeken of het juridisch mogelijk is om in de toekomst kinderen ook na sluitingstijd te laten blazen. “Niet om de verantwoordelijkheid van de horeca op ons te nemen. Wel om te controleren. Je wilt niet weten hoeveel vernielingen, overlast en geweld voortkomt uit drankmisbruik.”