Peuter raakt te water aan Lekdijk Krimpen aan den IJssel

Peuter raakt te water aan Lekdijk Krimpen aan den IJssel

Aan de Lekdijk in Krimpen aan den IJssel is woensdagmiddag een eenjarige peuter in een slootje terecht gekomen. Het kindje is in zorgwekkende toestand uit het water gehaald. Hulpdiensten zijn hierna direct begonnen met een reanimatie. Het kindje waarvan nog onbekend is of het een jongen of een meisje is, is vervolgens met behulp van een spoedtransport overgebracht naar een ziekenhuis.

Update 14-09-2015
Wijkagent @C_Schouwstra laat via twitter weten dat het kindje nog in het ziekenhuis ligt, maar dat het goed gaat met de peuter. Ook dankt ze alle hulpverleners voor de inzet.


Update 08-02-2016 Blog: De melding die voor altijd op mijn netvlies gebrand staat: Reanimatie 1-jarig meisje na verdrinking.

Het is woensdag 9 september 2015. Vandaag heb ik dienst op de 3204. Dit is op dat moment de noodhulpauto voor het gebied Krimpen aan den IJssel. De dienst is net begonnen en daarom rijden mijn collega en ik vanaf ons bureau in Capelle aan den IJssel over de Algerabrug naar Krimpen. De Algerabrug heeft voor de drukte een speciale wisselstrook en dit keer kiezen we er vanwege de spits voor om de wisselstrook te nemen.

“3204. RT 3204 over” klinkt de stem van de meldkamer ineens kil door onze wagen. De eerste melding van de dag, in het doorgaans rustige Krimpen. ‘Dat begint goed’, bedenk ik me nog. Maar aan de stem van de centralist hoor ik direct dat het menens is. Mijn collega pakt de spreeksleutel van de mobilofoon en geeft de meldkamer antwoord. “Wilt u rijden naar de Lekdijk in verband met een reanimatie.?” vraagt de meldkamer ons. Ik kijk mijn maat aan, meer informatie is er nog niet, maar we hebben niet meer woorden nodig. Tegelijkertijd geef ik gas en wil onze zwaailichten en sirene aanzetten. Het is echter erg druk op de smalle wisselstrook en ik zie ineens mijn angst werkelijkheid worden. Tot mijn schrik staat alles voor ons vast, maar dan ook echt vast. We kunnen geen kant op. Het heeft weinig zin om de toeters en bellen te gebruiken, want de lange rij auto’s voor ons kan niet voor-, niet achteruit en ook niet aan de kant.

We zijn enkele seconden verder en we zoeken nog naar een uitweg. “3204. RT 3204 over”. Wederom roept de meldkamer ons op. Nadat mijn maat antwoord geeft krijgen we van de meldkamer de mededeling waarbij mijn maag direct 10 slagen in de rondte draait. “3204. Het gaat om een kindje van één jaar oud!”. Mijn adem stokt en de adrenaline giert door mijn lijf. “VERDOMME! Een kindje van een jaar oud.” “Rijden!” denk ik, "Rijden!” Er komt nog steeds geen beweging in de file voor me en even denk ik dat ik gek word. Ik zit te stuiteren op mijn autostoel en ben in staat om desnoods de auto achter te laten en maar een paar kilometer richting het adres van de melding te rennen. Ik kijk mijn collega aan en zie de ernstige blik op zijn gezicht. We voelen ons even machteloos en ik hoor verschillende vloeken door de auto gaan. Eindelijk zien we in de verte beweging komen in de file. “GAS!” Ongeveer dertig auto’s staan voor ons in de rij. De toeters en bellen gaan er op en we hopen dat de mensen in de verte ons horen en aan de kant gaan.

Terwijl we de straatstenen er figuurlijk uitrijden krijgen we steeds meer informatie door van de meldkamer. Het blijkt dat het kindje verdronken is en door de moeder uit het water is gehaald. Ook horen we dat de ‘Lifeliner’, beter bekend als de traumahelikopter richting Krimpen vliegt. Onze sirene krijst door het rustige straatbeeld van de IJsselgemeente. We zien mensen verschrikt kijken, automobilisten gaan, op een enkeling na, allemaal voor ons aan de kant en bieden ons de ruimte om zo snel mogelijk naar het drenkelingetje te gaan.

Eindelijk komen we aan op de plek waar we moeten zijn. Net voor ons zie ik een tweede politievoertuig aankomen. Nog voor ik mijn deur open kan gooien zie ik de collega’s al richting de achtertuin rennen. De drie minuten die we er uiteindelijk over gedaan hebben om hier te komen voelden als een uur. Wanneer ik uitstap voel ik het letterlijk het zweet van de spanning langs mijn rug lopen. Ik stap uit en ren richting de woning.

Ik ren de achtertuin in en wat ik daar aantref is het zwaarste dat ik ooit in mijn hele carrière bij de politie heb moeten meemaken en wat voor iedere vader of moeder een horrorscenario is. Ik zie een klein poppetje met haar armpje langs haar lichaam op de grond liggen. Nat van het water, helemaal blauw en met een levenloze blik in haar ligt ze daar. Een dreumes van nog geen 80 centimeter. Ik zie collega, Gijs, een wijkagent in Krimpen, die net voor ons ter plaatse kwam, naast de baby geknield zitten. In de andere hoek zie ik wijkagent Cynthia zich ontfermen over de moeder die compleet in paniek is. Ze schreeuwt. Ze krijst. Het gaat door merg en been. Maar we moeten handelen. We moeten door.

Ik kniel neer naast deze kleine meid en voel of zij ademhaling of hartslag heeft. NIETS. HELEMAAL NIETS. Vol ongeloof en verdriet begin ik met reanimeren. “Waarom? Waarom ligt zo’n jong kindje met een heel leven voor zich, hier met het eind in zicht op de grond.“ vraag ik mij af, terwijl ik haar hartje met mijn hand op en neer beweeg. We tellen 1,2,3,4,…. Met zijn allen knokken we voor het leven van dit kleine hummeltje. Terwijl we met het meisje bezig zijn voel ik me boos en verdrietig tegelijk. Terwijl mijn collega de hartmassage overneemt geef ik het meisje mond-op-mond beademing. Ik zie dat het meisje heeft overgegeven, maar dit interesseert mij op dit moment helemaal niets. We doen er met elkaar alles aan om het leven van dit kind te redden. Deze reanimatie is een bizarre gewaarwording. In mijn carrière heb ik al ontelbare reanimaties meegemaakt, maar zo’n jong persoon ken ik alleen van het oefenen op een pop. Het voelt heel onwerkelijk en de gevoelens, de strijd en de wanhoop zijn echt onbeschrijfelijk.

De minuten lijken uren te duren. Vanuit mijn ooghoek zie ik de collega’s van de ambulancedienst de tuin in komen rennen. De komst van deze medisch specialisten voelt als een opluchting. Ik heb gedaan wat ik kon doen. We hebben het meisje beademd en hartmassage toegepast. We doen een stapje achteruit en geven de ambulancemedewerkers alle ruimte om aan de slag te gaan.

Op het moment dat ik op sta ben ik weer even terug in de werkelijkheid. Ik kijk om me heen en zie in de tuin familie en buren staan die steun bij elkaar zoeken. Ik zie de mensen huilen en zie enkele van hen bidden. De angst en wanhoop is op de gezichten af te lezen. En ik voel me net zo slecht als zij. Het lijkt gezien de situatie van het kindje helaas ijdele hoop. Maar allemaal hopen we op een wonder! Vanaf een afstand hoor ik wat er precies is gebeurd. Moeder zou met haar drie kinderen met de fiets op visite gaan. Toen de kinderen in de achtertuin stonden kwam moeder er achter dat zij binnen iets vergeten was. Nadat moeder naar binnen rende om dit te pakken kwam zij weer in de tuin en mistte ze haar jongste kind. Het kind had in de enkele seconden zonder toezicht een hekje achterin de tuin open weten te krijgen waarna moeder het kind tot haar verdriet ondersteboven, levenloos aantrof in de sloot. De moeder is vervolgens de sloot ingesprongen, heeft het meisje er uit gehaald en heeft 112 gebeld.

Mijn blik keert terug naar het levenloze poppetje dat nog steeds op de tuintegels ligt. Ik denk aan mijn twee kleine meiden die ik thuis heb rondlopen. Als dit al zoveel indruk op mij maakt, hoe erg moet het dan wel niet voor de ouders van dit hummeltje zijn.

Ondertussen moet er van alles geregeld worden. Het personeel van de traumahelikopter, die inmiddels ook onderweg is, moet worden opgevangen en alles wordt in gereedheid gebracht om het slachtoffertje direct met een spoedtransport naar het ziekenhuis te vervoeren. Dit spoedtransport wordt zo georganiseerd dat de ambulance vanaf Krimpen tot het Sophia kinderziekenhuis, vrije doorgang heeft op alle kruisingen. Vanuit alle districten melden zich eenheden zich aan om kruisingen af te zetten. Met elkaar wordt alles wordt op alles gezet om het meisje zo snel mogelijk in het ziekenhuis te krijgen.

Het meisje wordt in de ambulance geladen. Ik kijk om me heen en zie hoe de moeder, die nog steeds helemaal de weg kwijt is, in de tweede ambulance stapt. Deze rijden met spoed achter de eerste ambulance aan om te zorgen dat zowel moeder als kind zo snel mogelijk in het ziekenhuis aankomen. Mijn collega en ik stappen ook weer in ons voertuig.

In de verte hoor ik de sirenes van het spoedtransport wegebben. In onze auto is het stil. Voordat we vertrekken verwerken we even voor ons zelf een paar minuten wat we zojuist hebben meegemaakt. Ik kan het nog steeds niet geloven. Het beeld van het levenloze kind, het reanimeren en de mond op mond beademing staat nog steeds op mijn netvlies. We rijden naar de brandweerkazerne waar we met alle betrokken collega’s een debriefing houden. Tijdens deze debriefing krijgen we te horen dat het meisje bij vertrek weer hartslag had. Bij het horen van dit nieuws slaat mijn hart over van blijdschap. Het voelt zo onwerkelijk. Nog geen half uur geleden vochten we voor haar leven en nu heeft ze gelukkig weer een hartslag . Een wonder! We horen dat ze in coma wordt gehouden omdat de eerste 72 uur cruciaal zijn. De dagen daarna duimen en bidden we dat alles weer helemaal goed mag komen.

Een paar dagen later krijg ik een verlossend telefoontje. Ik hoor dat het meisje de verdrinking heeft overleefd en dat zij er waarschijnlijk helemaal niets aan over zal houden.
 Iets wat aanvankelijk een wonder leek, is daadwerkelijk gebeurd. Toen we het meisje blauw van het gebrek aan zuurstof en het ontbreken van een hartslag aantroffen hadden we alleen maar durven hopen op een uitkomst als deze. Door met zijn allen keihard te werken en te blijven hopen op een goede afloop, heeft dit kleine vechtertje het gelukkig overleefd.
 Zij heeft nog steeds de toekomst voor zich waar zij recht op heeft.

Een paar weken later ga ik langs het meisje en haar ouders. In tegenstelling tot hoe ik haar de laatste keer had gezien zie ik nu een zeer ondernemend meisje. Ze lijkt totaal niet op het meisje wat ik levenloos had aangetroffen. Ze is lekker aan het spelen en gedraagt zich lekker ondeugend als een meisje van één jaar oud. Naast mij zie ik een trotse moeder met een glimlach op haar gezicht. Het raakt me!

Dit bezoek was voor mij een mooie afsluiting van de meest heftige melding uit mijn carrière. Een melding die een onbeschrijflijke indruk heeft gemaakt. En hoewel ik in mijn carrière bijzondere dingen heb mogen meemaken, zoals bijvoorbeeld het aanhouden van gewelddadige inbrekers of zwaar bewapende overvallers, was dit toch iets wat mij tot nu toe de meeste voldoening heeft gegeven. Samen met mijn collega’s, de mensen van de ambulancedienst, de omstanders die dankzij aanwijzingen van de 112 telefoniste konden beginnen met reanimeren en alle anderen die betrokken waren bij het redden van het leven van dit meisje, hebben we die dag weten te voorkomen dat haar leven veel te vroeg zou eindigen.
 
Leon van Politie Rijnmond-Oost