Kat-en-muis spel met politie

Kat-en-muis spel met politie

Het aantal overlastgevende jeugdgroepen in de regio Rotterdam-Rijnmond is sterk gedaald. Waren er in 2006 nog 256 groepen, in 2007 is dat teruggebracht tot 193. Vooral bij criminele jeugdgroepen valt de daling op. 29 criminele groepen in 2006, tegen 11 in 2007. Een daling van 62 procent. ,,Onze aanpak werkt’’, zegt korpschef Aad Meijboom.

Hoe werkt die aanpak in de praktijk? Een kijkje bij twee districten.

“Baldadigheid, vernielingen, winkeldiefstallen, in mijn gebied speelt genoeg’’, zegt Henri Appeldoorn, buurtagent in Pendrecht-Zuid. “Maar we zitten bovenop de jongeren die de meeste overlast veroorzaken.’’
Nog meer dan twee jaar geleden heeft hij nu een goed overzicht van de groepen in zijn gebied. Net als alle buurtagenten in de regio brengt hij de probleemjongeren structureel in kaart. Appeldoorn: “Ik weet nu wie in de groep zit, waar de jongeren zich ophouden, welke overlast ze veroorzaken en welke aanpak wenselijk is.’’

Hinderlijk
De jongeren vallen volgens de zogeheten Beke-indeling in drie categorieën: hinderlijk, overlastgevend en crimineel. In een hinderlijke jeugdgroep zitten baldadige, luidruchtige jongeren die bijvoorbeeld geluidsoverlast (met scooters) veroorzaken. Overlastgevende jongeren vallen omstanders lastig of intimideren. Ze plegen vernielingen en zijn wel eens betrokken bij lichte geweldsdelicten. In een criminele groep zitten onder meer jongeren die bekend zijn bij de politie voor bijvoorbeeld straatroof, woninginbraak, handel in drugs.
In zijn district heeft Appeldoorn één overlastgevende groep en één criminele groep.
Appeldoorn spreekt bewust niet van jeugdbendes. “Dat doet te veel denken aan Amerikaanse gangsters die de boel terroriseren. Pendrecht is geen grimmige buurt. Wij kennen de jongeren en de jongeren kennen ons. Het is een soort kat-en-muis-spel. Maar uiteindelijk winnen wij altijd.’’

Oude panden
De overlast zal volgens hem niet geheel verdwijnen, maar is wel onder controle. Het geheim schuilt in de samenwerking met partners zoals de gemeente, jongerenwerkers, jeugdreclassering en de stadsmarinier. Zo schakelde Appeldoorn de stadsmarinier in om beruchte hangplekken aan te pakken. Oude panden werden versneld gesloopt, portieken werden gesloten en er kwam straatverlichting op donkere plekken. “De gasten zijn slim, maar wij ook. Door de jongeren uit de anonimiteit te halen, hebben we overzicht bij het surveilleren ‘s nachts.’’
Ook met jongerenwerkers en hulpverlening heeft Appeldoorn nauw contact. Die kunnen begeleiden bij werk of opleiding. Waar nodig wordt een gezinscoach ingeschakeld bij een gezin met opvoedingsproblemen.

Harde aanpak
Bij zijn ronde door de wijk zoekt Appeldoorn bewust contact met bewoners. “Bewoners schieten me makkelijker aan dan een tijd terug. Melden van overlast is belangrijk, want zo kunnen we snel actie ondernemen.’’
Voor de jongeren is Appeldoorn evenmin een vreemde. De meesten spreekt hij zonder problemen aan op hun gedrag. Maar de branieschoppers, met een negatieve invloed op de groep, staan minder open voor contact. Als het echt de spuigaten uit loopt, wat strafbare feiten betreft, kiest Appeldoorn voor de harde aanpak. Dan vormt hij samen met de andere partners een dossier om de jongere via een civielrechterlijke procedure uit de wijk te krijgen. In Pendrecht-Zuid is één jongere via de rechter al gedwongen te verhuizen. Bij vier andere loopt de procedure nog. Appeldoorn: “Als je de angel uit de groep haalt, valt de groep daarna vaak uit elkaar.’’ De ‘meelopers’ zijn dan beter te benaderen voor begeleiding. De branieschopper zelf is zijn status kwijt en moet op een andere plek opnieuw beginnen. Maar voor de buurtbewoners en de veiligheid geef je wel een signaal af.’’

Pleinaanpak
In het Oude Noorden is sinds anderhalf jaar de overlast van jongeren op verschillende pleinen gedaald. Dit komt door een intensieve samenwerking tussen politie, deelgemeente en jongerenwerkers. Hun aanpak richt zich op de overlastgever, het gezin, de groep en de buurt. Buurtagent Dave Boogerd: “De pleinen moeten voor zowel jongeren, moeders met kinderen als ouderen aantrekkelijk zijn.”
Boogerd snapt dat jongeren op de pleinen rondhangen. “Veel jongeren in het Oude Noorden wonen met een groot gezin in een te klein huis. Het is dan niet aantrekkelijk om de hele tijd binnen te blijven.” In samenspraak met de bewoners rond de pleinen zijn regels opgesteld. Hij verwacht dat de jongeren zich aan deze regels houden. “We praten ook gewoon met de jongeren zonder gelijk bonnen uit te delen”, aldus Boogerd. “Dan kom je te weten wie ze zijn. Als ze dan bijgestuurd moeten worden, accepteren ze dat gemakkelijker.”
Om het contact tussen bewoners en jongeren te stimuleren, worden bewoners uitgenodigd bij activiteiten en in het jongerencentrum voor bijvoorbeeld een voorstelling of expositie van zelfgemaakte kunstwerken. Dat loopt nog niet storm, maar de agent ziet een stijgende lijn. Overlast door jongeren zal er altijd zijn en zal daarom altijd aandacht nodig hebben, denkt Boogerd. “We zullen blijven communiceren én corrigeren.”

Auteurs: Marjorie Tjon A Fong en Miriam Slot